Ongeoorloofd vakantie opnemen, een dringende reden voor ontslag op staande voet?

Bij de werkgever in deze zaak geldt de regel dat voor verlof van meer dan twee dagen een werknemer toestemming moeten krijgen van zowel de afdelingschef als van de bedrijfsleider.
De werknemer in deze zaak heeft aan de hand van een verlofbriefje een verlofaanvraag ingediend om op vakantie te kunnen gaan naar Spanje.  De werknemer heeft verlof aangevraagd voor 17 vrije werkdagen. De verlofaanvraag is voor akkoord getekend door de afdelingschef, maar de verlofaanvraag is schriftelijk afgewezen door de bedrijfsleider. De bedrijfsleider heeft aan de werknemer zowel mondeling als schriftelijk aangegeven dat door enorm drukke werkzaamheden de verlofaanvraag voor die periode niet goedgekeurd kan worden en dat wanneer de werknemer toch tijdens die periode op vakantie gaat dit kan leiden tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werknemer is later toch op vakantie gegaan naar Spanje tijdens de door hem verzochte vrije werkdagen. De werkgever heeft de werknemer vervolgens op staande voet ontslagen. De werknemer heeft de kantonrechter o.a. verzocht het ontslag op staande voet te vernietigen.  De kantonrechter heeft geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is en dat het ontslag op staande voet niet vernietigd zal worden.

In de wet staat vermeld dat zowel een werkgever als een werknemer de arbeidsovereenkomst per direct op grond van een dringende reden op mag zeggen en deze opzegging moet ook direct worden medegedeeld  aan de wederpartij. Op grond van de wet worden voor de werkgever als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Relevant daarbij zijn aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer zijn werk heeft vervuld en ook de persoonlijke omstandigheden van de werknemer.

Er wordt in de rechtspraak niet snel aangenomen dat er sprake is van een dringende reden om een arbeidsovereenkomst per direct te beëindigen.  Bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van een ontslag op staande voet dient de kantonrechter alle omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen. De kantonrechter moet hierbij de aard en ernst van de aangevoerde dringende reden afwegen tegen de door de werknemer aangevoerde persoonlijke omstandigheden.

In deze zaak heeft de kantonrechter geoordeeld dat het bovenstaande gedrag van de werknemer zodanig ernstig is dat dit kan worden aangemerkt als een dringende reden voor een ontslag op staande voet. De kantonrechter heeft het de werknemer niet alleen aangerekend dat hij zonder toestemming van de werkgever op vakantie is gegaan, maar ook dat hij er blijk van heeft gegeven zich niets aan te trekken van zijn werkgever en de door de bedrijfsleider gegeven schriftelijke waarschuwing totaal te negeren. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de werknemer ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de normale gezagsverhouding zoals die heeft te gelden tussen een werkgever en een werknemer. Het ontslag op staande voet is dus in stand gebleven.
Het is voor een werknemer dus aan te raden om niet zomaar zonder toestemming van de werkgever vrije dagen op te nemen. Dit dient een werknemer al helemaal niet te doen wanneer een werkgever heel duidelijk aangeeft geen toestemming te verlenen voor de vrije dagen en de werknemer schriftelijk erop wijst dat een beëindiging van de arbeidsovereenkomst de consequentie kan zijn wanneer een werknemer toch vrij neemt tijdens de door hem gevraagde vrije dagen.
Mw. mr. M. (Marjolein) Ummels

 

Terug naar het overzicht